Inleiding
Uitvoering gevende aan de moties van de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo heeft het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo beroep aangetekend tegen het besluit van B&W van Nuenen c.a. om omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een drietal distributiecentra aan de Collse Hoefdijk – Eeneind-West.
Voorbehoud
Hieronder worden de inhoudelijke beroepsgronden samenvattend en niet-uitputtend samengevat. Deze samenvatting bindt het college van B&W van Geldrop-Mierlo op geen enkele manier, noch kunnen daaraan rechten worden ontleend. Uitsluitend het daadwerkelijke bij de Rechtbank Oost-Brabant ingediende beroepschrift verwoordt het standpunt van het college van B&W van Geldrop-Mierlo.
Formele tekortkomingen
Het college van B&W van Geldrop-Mierlo signaleert enkele formele tekortkomingen die kleven aan totstandkoming van het besluit. Die tekortkomingen zien op het feit dat oncontroleerbaar is of alle in de vele naar voren gebrachte zienswijzen genoemde argumenten volledig in de besluitvorming zijn betrokken.
Daarnaast zet het college er vraagtekens bij in hoeverre een reële mogelijkheid is geboden om (al dan niet nadere) zienswijzen naar voren te brengen op het onderdeel Wnb (Wet natuurbescherming) -Soortenbescherming. Tenslotte stelt het college zich op het standpunt dat niet is gebleken wat het daadwerkelijke beoogde gebruik van de distributiecentra zal zijn ondanks dat het wel van belang is om aan de voorkant de (mogelijke) ruimtelijke gevolgen van de besluitvorming voor de omgeving goed in beeld te hebben.
Strijd met het bestemmingsplan
In de ogen van het college van B&W van Geldrop-Mierlo is niet alleen de hoogte van de bedrijfsgebouwen in strijd met het bestemmingsplan, maar geldt dit ook de vestiging van drie grootschalige distributiecentra.
In dit verband wijst het college erop dat de vestiging van distributiecentra niet past (en niet gelijk te stellen is) met de aan het bestemmingsplan toegevoegde lijst met toegelaten bedrijven en soorten bedrijfsactiviteiten.
Ook meent het college van B&W van Geldrop-Mierlo dat het gebruik in strijd met het bestemmingsplan is omdat niet vast is komen te staan dat er geen onevenredige nadelige effecten op de ecologische hoofdstructuur ontstaan ten gevolge van stikstofdispositie. Wat het onderwerp ‘stikstof’ betreft betoogt het college dat er sprake is van een zogenaamde aanhaakverplichting van het onderdeel Wnb-gebiedsbescherming waardoor geen vergunning had mogen worden verleend dan nadat de natuurvergunning is verkregen.
Aan het bestemmingsplan is een beeldkwaliteitplan gekoppeld. Nog daargelaten dat het college van B&W van Geldrop-Mierlo vraagtekens zet bij hoe die koppeling tot stand is gebracht, dient het daarin opgenomen verkavelingsprincipe en kavelgroottes gerespecteerd te worden. Dat houdt volgens het college in dat de distributiecentra niet passen binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan.
Tenslotte stelt het college van B&W van Geldrop-Mierlo vast dat niet aan alle relevante bestemmingsplannen is getoetst, dan wel dat een afdoende toets aan alle van toepassing zijnde bestemmingsplanregels heeft plaatsgevonden.
Verkeersgeneratie
Het college van B&W van Geldrop-Mierlo meent dat de gevolgen van de verkeersgeneratie onvoldoende in kaart zijn gebracht. Dat komt volgens het college doordat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de berekeningen die aan het besluit ten grondslag liggen, juist en volledig zijn. Daarbij speelt in de ogen van het college ook een rol dat het daadwerkelijke beoogde gebruik van de distributiecentra onduidelijk blijft. Tegelijkertijd signaleert het college een groot aantal negatieve effecten ten gevolge van de verkeersgeneratie die voor een belangrijk gedeelte voor rekening van de inwoners, bedrijven en instanties van onze gemeente komen.
Vrijstelling van de bouwhoogte
De distributiehallen zijn gedeeltelijk hoger (14 in plaats van 12 meter) dan het bestemmingsplan rechtstreeks toelaat. Daaraan is medewerking verleend. Het college van B&W van Geldrop-Mierlo meent dat niet is voldaan aan de formele toepassingseisen voor de toegepaste vrijstellingsprocedure zodat die niet toegepast had mogen worden. Een zwaardere procedure was op zijn plaats geweest waarbij ook meer en andere belangen meegewogen hadden moeten worden.
Maar ook al zou wel de juiste procedure zijn gevolgd, dan betwist het college van B&W van Geldrop-Mierlo dat wordt voldaan aan de inhoudelijke eisen om tot het verlenen van vrijstelling te kunnen komen. In dat verband wijst het college erop dat niet is aangetoond dat er een noodzaak voor de bedrijfsvoering bestaat, er sprake is van een gebrekkige toetsing en de verkeerseffecten die gepaard gaan met die hogere bouwhoogte onvoldoende in kaart zijn gebracht.
Wnb-soortenbescherming
Door Gedeputeerde Staten is een verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Het college van B&W van Geldrop-Mierlo signaleert dat de uit dat oogpunt vereiste mitigerende en compenserende maatregelen onvoldoende consistent een plaats in het besluit hebben gekregen. Bovendien blijkt volgens het college onvoldoende dat die maatregelen in de praktijk haalbaar zullen zijn en werpt de vraag op of het bouwplan daarmee wel feitelijk uitvoerbaar moet worden geacht. Een bouwplan dat niet uitvoerbaar is, kan ook niet worden vergund.